We landen op een nieuwe plek in de natuur. Het enige minpuntje is dat het huis aan een drukke weg ligt. Zodra wij die oversteken lopen we in een prachtig bos. In de eerste maanden is er de afleiding van het verhuizen, inrichten en klussen. Er moet een nieuwe keuken in en we gaan houten vloerdelen halen om het laminaat te vervangen. Ik heb een hekel aan plastic laminaat. Het liefst zou ik het hele huis verbouwen, maar daar heb ik de middelen niet voor en niet de behoeft om het nogmaals voor een ander te doen, aangezien we het huren. Ik besluit dat ik het praktisch sfeervol wil inrichten.

image.png

image.png

image.png

image.png

Ik merk dat ik het wel moeilijk vind, om weer te gaan investeren (tijd, geld en energie) in iets waarvan het hoogst onzeker is hoe lang wij er kunnen blijven. Ik zie maar één richting en dat is niets structureels aan het huis doen, maar het leefbaar maken en vooral de sfeer, de energie van het huis in lijn brengen met die van ons zelf. Warm, natuurlijk, functioneel…

De grote tuin is een zegen en de trampoline die ik van E_S heb gekregen ook. We hebben er nu plek voor en de kinderen spelen er veel op.

image.png

Hond

JAB wil al een tijdje een hond en we besluiten op zoek te gaan, nu we de ruimte hebben. Al snel stuiten we op een zogenaamde Corona hond. Iemand die vanwege de pandemie thuis werkt en een hond neemt, maar weer naar kantoor moet en minder tijd heeft om hem uit te laten. Het is een kruising tussen een Drentse Staander en een Flatcoat Retriever. Ik heb zelf geen verstand van hondenrassen, maar zie wel dat de hond groot is. Hij komt een paar dagen slapen en het bevalt gelijk.

image.png

De vorige eigenaren nemen emotioneel afscheid en we hebben er een familielid bij dat zo groot is, dat het in delen van het huis zich niet eens kan omdraaien en stukken achteruit moet lopen. Als gezin hebben we vooral een wandelcoach die ons in ieder geval iedere dag 2 keer uitlaat. We maken veel wandelingen in het bos. Ook als het niet geweldig mooi weer is. Iets wat wij anders niet zo snel zouden doen.

image.png

Onvoorwaardelijk lief

In de tijd en de rust is het makkelijk om naar anderen te kijken en te oordelen, maar net zo scherp naar mijzelf kijken blijf ik lastiger vinden. Helemaal omdat MIR iemand is die zich liever niet met iemand bemoeit. Ik merk dus dat ik zelf scherp moet kijken naar mijzelf. Maar hoe?

Een diepe systemische eigenschap.

Het is duidelijk dat we in vele opzichten elkaars tegenpolen zijn. Ik besluit daarom om de adviezen die ik haar geef elke keer om te draaien en op mijzelf te projecteren. Als ik wil dat zij vaker een oordeel velt, een grens trekt en weg blijft van ‘laten we het nou maar gezellig houden’, wat heb ik dan te doen? Het antwoord laat niet lang op zich wachten. Onvoorwaardelijk lief hebben. Waarop mijn innerlijke stem het gelijk oppakt en begint met, ja, maar alleen als … Waarom wil ik dat?

Ik besluit heel bewust om in plaats van te oordelen (ook al komt het oordeel uit liefde) dat niet te doen. Ik merk dat ik het naar MIR wel goed kan, maar naar mijn ouders en de kinderen vind ik het meer een uitdaging. Zeker als de kinderen wegzakken in apathisch swipen op schermen en niets ondernemen of niets hebben zoals een hobby waar ze gepassioneerd mee bezig zijn. (mijn perspectief, want ze hebben zeker ook hobby’s en dingen die ze wel doen). Ik betrek ze elke avond bij het koken en ze leren snel.

image.png

image.png

Hard werken

Iets waar ik veelvuldig mee wordt geconfronteerd is de ideologie van het harde werken. Mijn ouders zijn op leeftijd en verliezen met enige regelmaat een kennis, vriend of familielid. Ze hebben vooral respect voor mensen die zich hun hele leven “te barste hebben gewerkt”. Waarom is dat toch? Voor wie? Waarom is dat belangrijk? Maakt het nog uit wat iemand doet? Iemand die zijn geld verdient met het stelen van andermans spullen kan ook heel hard werken?