Ingeleid met weeënopwekker

MIR is een aantal dagen over tijd en de gynaecoloog vindt dat ze moet worden ingeleid, omdat de baby te groot aan het worden is. En dat zou volgens haar gevaarlijk kunnen zijn. Het is Maart 2008 en wij hebben op dat moment nog het volste vertrouwen in de medische wereld. We hebben op de dag na Pasen vroeg in de ochtend een afspraak, zodat M kan worden ingeleid. MIR wordt aan een infuus met weeën-opwekkers gelegd en na enige tijd beginnen de weeën. De weeën komen achter elkaar in alle heftigheid. Een volledige ontsluiting binnen een uur; oftewel een heftige weeën-storm.

image.png

Ze keert volledig in haar eigen wereld, even haar kussen goed leggen is al te veel. Ik mag haar en zelfs het bed niet aanraken. Tijdens het persen krijgt de baby het benauwd. Er ontstaat een zuurstof tekort en via sensoren kan de arts zien dat de hartslag van de baby te laag is. MR krijgt extra zuurstof en de gynaecoloog grijpt naar een tang. Dan na vier of vijf keer persen wordt ons kind geboren. De verloskundige gaat gelijk druk in de weer met schoonmaken, wegen en beoordeeld onze baby op een aantal punten. Een eerste cito toets zeg maar. De score is goed. Na 5 minuten vraagt de gynaecoloog naar de naam en ik zeg dat we dat nog niet weten. Ondertussen ligt onze baby in een doek gewikkeld op de borst van MIR. Dan vraagt de gynaecoloog of het een jongen of een meisje is, maar ook dat weten we nog niet. We zijn helemaal vergeten er naar te kijken.

image.png

De gynaecoloog zegt: ‘Zou je dan niet eens gaan kijken?’

Als we het doek openslaan ontdekken we een piempie. Ik kijk Mariska aan en ik weet dat wij het zelfde denken. Dan heet hij Abel. Abel Arie Buurman.

In de weken er na realiseerde ik mij pas hoe raar sommige mensen de keus voor die naam vonden. Er was één iemand die het durfde te vragen. ‘Ben jij Christelijk? Dat wist ik niet van je.’ Ik reageer met: ‘Hoezo?’ ‘Omdat je je zoon Abel hebt genoemd!’

Het was gewoon de naam die naar boven was gekomen. En het was ook eerlijk gezegd de enige naam. Volgens mij hadden wij niet eens een meisjesnaam.

De achternaam en het geslacht

Omdat wij niet getrouwd zijn, moet MIR mij als vader erkennen en een besluit nemen over de achternaam. Ik heb er een tijdje over nagedacht en had een heel progressief en gelijkwaardig idee opgevat. ‘Wat als we nu een jongen mijn achternaam geven en een meisje die van jou?’. Een goed idee. Ik had alleen geen rekening gehouden met twee obstakels. Ten eerste kan de verloskundige op de echo niet zien of het een jongetje of een meisje is. De navelstreng zit in de weg, en zelfs met wat duwen en trekken wil het geslacht zich niet openbaren. Al snel vinden wij het wel leuk om het pas bij de geboorte te ontdekken.

image.png

Het kind had trouwens al wel een tijdje de werknaam Arie. Dat gebruik ik als grapje tijdens de zwangerschap, terwijl ik dan nog niet weet dat beide overgrootvaders van onze vaderskant Arie heetten. De vaders van onze vaders heetten beide Arie. Misschien is het toeval.

Een ander obstakel is dat een keus eenmalig is voor alle kinderen. Als we wel hadden geweten dat het een jongen zou worden, en we hadden gekozen voor Buurman, dan zou een toekomstige dochter, ook die achternaam krijgen. Het is niet toegestaan te wisselen. Regels, regels, regels. Uiteindelijk laat ik het aan MIR over als we in het gemeentehuis zitten. En alhoewel ik ‘de la Rambelje’ echt een mooiere naam vind, kiest ze voor Buurman.

De twijfels

De dosering van de weeënopwekkers lijkt achteraf te hoog. Tijdens de bevalling was MR ingeknipt en ze moest dus worden gehecht. Er liepen allemaal verschillende mensen rond en toen kwam er iemand bij haar zitten die ging hechten. Toen deze persoon klaar was, kwam de gynaecoloog kijken en bleek het een coassistent geweest te zijn, die het niet goed had gedaan. Alle hechtingen moesten er uit en toen ging de gynaecoloog het nog een keer opnieuw doen.

Opvallend is dat er amper wordt gecommuniceerd. Iemand kan op zijn minst excuses aanbieden, maar het is net alsof ze jouw aanwezigheid niet erkennen. Ik had met mijn beenbreuk dezelfde ervaring, alhoewel dat over het algemeen juist heel goed is gegaan.

De cyclus van Leven en dood

Ik was in het ziekenhuis en ik hou Abel in mijn armen. Het hele proces brengt een diep geworteld besef naar boven. Ik snap ineens waarom de mens dood gaat. Ik zie de cyclus van komen en gaan. En alhoewel ik helemaal nog niet zo bezig ben met spiritualiteit en de ziel, wordt er een stukje van mijn angst voor de dood afgepeld. Geen kwestie van of ik het leuk vind of niet, maar het is ineens zo voor de hand liggend - zo kloppend.

Moeder en kind blijven een nacht ter observatie in het ziekenhuis. Ik weet nog goed hoe ik mij voel die avond en ik hoop dat veel aanstaande vaders dat mogen meemaken. Er is niet alleen een kind geboren, maar er zijn ook een moeder en een vader geboren. Ik ben vader. Het voelt nog heel onwerkelijk. Ik besef mij ook dat ik mij er veelvuldig een voorstelling van heb getracht te maken, maar dat komt niet in de buurt van het gevoel als het werkelijk een feit is. Er is geen voorstelling van te maken dat recht doet aan het gevoel.

Vadertje en Moedertje

Eigenzinnig vervolg