MIR is niet thuis. Ze is twee dagen naar haar opleiding systemisch werk (Phoenix) in Utrecht en blijft daar overnachten. AAB is ondertussen bijna een jaar oud.

Abel is nog een baby. We liggen te slapen. Midden in de nacht, om een uur of twee wordt er aangebeld. Ik loop naar beneden en doe de voordeur open. Precies op dat moment gaat het brandalarm af in de woonkamer en daarna gelijk in de rest van het huis. De overbuurman staat voor de deur en zegt dat er brand is in de poort. Hij is wakker geworden van het geknetter en het licht. Ik loop naar de poort en als ik daar de deur open doe staat daar de aanhangwagen met een bank er in die ik naar de vuilstort wilde gaan brengen. Iemand heeft de bank in brand gezet en er woedt een hevige brand. De overbuurman heeft 112 gebeld en al snel komt de brandweer aangereden. Ik ga snel naar boven om AAB uit zijn bed te halen. Ik vraag of de buren even op hem willen passen, zodat ik terug kan naar het huis. De brandweer is al snel klaar met blussen. Zodra het vuur gedoofd is gaan ze binnen kijken. Ze willen de ramen en deuren open zetten om met een hele grote fan alle lucht met de rook uit het pand te blazen. vooral de woonkamer zit dicht van de rook. De rook is door de vloer naar binnen gekomen.

image.png

Hier de poort tijdens een expositie van kunst. Deze poort loopt onder de woonkamer naar de achterzijde van het huis. Het halfronde raam kan worden verwijderd, zodat vroeger de stookketels voor de Jeneverstokerij naar binnen en naar buiten konden.

Al snel komt de brandweerman naar buiten om te zeggen, dat er nog steeds rook uit de vloer komt en dat er waarschijnlijk nog steeds iets brand of smeult tussen het plafond van de poort en de vloer van de woonkamer. Alhoewel de brandweer net aan het opruimen was, halen ze gereedschap uit de wagen en trekken het pleister plafond naar beneden. Het is nog oud met ijzeren gaas en verbindingen van klei. De balken boven het plafond smeulen nog en met volle kracht wordt er water op gespoten om het smeulen te stoppen. Na een tijdje is ook dat gestopt en kan het huis worden vrijgemaakt van rook.

Ik heb nooit geweten wie het heeft aangestoken. Volgens mij is er ook nooit onderzoek naar gedaan. Omdat het hele huis houten vloeren heeft, had het een stuk slechter kunnen aflopen. Ik ben blij dat het zo is verlopen en ga bij de overbuurman op bezoek met een grote bos bloemen als dank.

Vanaf dat moment kijk ik wel anders naar brand en de brandweer. Net als broeders op een ziekenwagen heb ik veel respect voor wat ze doen.

Selectieve Ophef

Nu ik er later op terugkijk en in het nieuws de ophef zie over een brand blijf ik mij verbazen over het verschil aan ophef die de ene brand en de andere brand heeft veroorzaakt. Niet alléén branden. Ook demonstraties, moorden, hongersnood en armoede. De mens en vooral ook de media en de politiek lijken heel selectief in waar ze ophef over maken.